Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de poëzieafdeling daarvan. Hier kan je zowel de laatste nieuwe gedichten als ook een selectie van oudere gedichten vinden. De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van 'Onklare taal'.

Overigens kan je hier gratis mijn poëziebundels downloaden in PDF-formaat: 'Epicentrum' (2012), 'Synaeresis' (2012), 'Subductie' (2013), 'Enceladus' (2015) en 'Volterra' (2017). Behalve 'Synaeresis', dat één verhalend gedicht is in twee delen, bevatten de anderen telkens een 30-tal geredigeerde en zorgvuldig geselecteerde gedichten, met duiding en een nieuwe indeling.

vrijdag 20 december 2013

Sainte-Cathérine

Ik heb dingen gezien en sporen gevolgd
een vrouw die in tranen met cadeaus de cadans van de trap afdaalt
en een dansende Congolese in de kou ik zag
een man met lamheid afzien
een gezicht als halve wijnvlek
en een boogvlek van bloed op het uitgespat perron

Ik heb het heilig land der vaderen met drank in kaart gebracht
boven mijn krachten
en de krakers gezien die de panden ontbrekend in hun mond gebroken hadden
Ik heb gevoeld wat de blik is van een slanke roofvogel en ben opgeschrikt
door de ruwte van stenen stations in De Brouckère
waar ogen rond als knopen geleerd hadden om niet meer te zien

Ik heb gezegend ik weet niet wat
en ben als nevel door diepe stegen afgedaald
om de verhalen niet te vergeten van zij die nog leven
wonen onder de boomgaard van de dode nacht
als verspild fruit
als vruchteloze vechters
tegen cijfers en conclusies in keurige rapporten

maandag 16 december 2013

Очарование

's ochtends kom ik niet tot woorden,
maar wil ik nog eenmaal stil ontsnappen
in het laatste restje nacht
waar we altijd al raadselachtige dieren waren
in de donkerblauwe steppes van de droom.

die kamer moet ik nu verlaten maar
ik heb zwijgend een toverspreuk gesproken,
een ring van rook,
een wolk van teder kunstlicht
die in slow motion langs je lichaam rolt.

en tegen dat de zon weer deemstert
bloeit woordeloos die stofmantel
weer helder als een sterrenbeeld -
als een gezamenlijk ademen
van geliefden rug aan rug.

dinsdag 3 december 2013

Nerven

nauwkeurig tracht ik een brief te schrijven,
een exemplaar van ongeziene pracht over alles
wat waar is en bewaard moet worden, maar
sorry de zinnen zijn zoek geraakt.

ik brand tabak voor de geesten.

aangezien de lijnen niet parallel lopen,
en ik enkel de spraakkunst van vuurwater ken,
dan maar een schildering met vingers:

soms ben ik losse ledematen, gebogen
langs wegen en banen met de wind van
weerstand en men zegt,
men zegt dan dat ik gek ben; echter
ik ben hooguit wat verloren
in de valleien van het denken -
een vallend blad dat jaagt op z'n eigen schaduw.

en je laat me jagen.
meer vragen kan ik niet dan te zijn
wie je altijd bent geweest zonder cliché
m'n lief. dus neem dit aan
als de bomen kaal staan en de wind
weer keert, vergeet ik niet de warmte
van je bloed of het ritme van je slaap;
ik zal naast je zijn, ook al
ben ik scherven. en ik zal weer opstaan
om traag ons spreken te verstaan.

zondag 24 november 2013

Golfslag/Hartslag

zaterdagnacht is gaan zwemmen
in banen van zelfgemaakt onheil
voorwaarts met krachtige slagen
van kust tot kust
in de ban van vele boeien

boven water zijn de vale lichten
en signalen van stoomboten
onder water de schatkamer
van een verbeurd geheugen

ik stroomlijn het denken, ik hoor
de toonaarden door elkaar
van een wereld in drenking
en het nadreunen van natte geluiden
in alle beddingen van de zee

donderdag 7 november 2013

Stormende

(De titel is te lezen met het accent op het einde, als in 'Oostende')

I

ik at natte aarde
en de kamer ging ademen
alles werd het lichaam van
ongekende warmte, dier
en plant en gefluister
van plankenvloeren.

II

Haar stem weeft zich in en uit een weg
langs alle toonladders en kanalen
en beschrijft banen rondomrond het weer
op de weerloze golfslag van m'n tong

Wat begint als een curve van primaten
kan een systeem van stormen worden
brandend op menselijke motoren

III

wie zal zeggen
wiens blijde intrede dit is
in een huis vol deuren
waar vreemd volk zit
maar geen angst heerst,
enkel het herfstkrakeel
van strelende stemmen.

IV

De dag heeft de nacht de wacht aangezegd,
en zij en ik zijn losgeslagen samen
in nagespeeld noodweer
en met feesthoedjes van obsceen geluk.

vrijdag 25 oktober 2013

De ketens los

Is er nog tijd voor grootsheid, voor grandeur
Jawel
Ik heb de muren rond mijn Mykene opgebouwd
naar een grammatica van waarheid

Ik wens geen onmens te zijn, niet
de zoveelste man die een slaaf gemaakt is
van een stalmeester die zegt
dat de man hoort te heersen
dat hij maar moet lijden
en moet zeggen dat ze zagen, die wijven.
Tot daar.

Er moet iets zijn dat groter is dan ik,
er moet iets zijn wat mijn woede nog kan koelen
als ik zie hoe de kraaien komen stromen
uit gewonde mensen en dieren,
daar waar ze elkaar de kop inslaan
Ik constateer dat wat leeft, lijdt,
maar ook wat zinkt, zich kan laven.

Ik heb dromen verzameld en aan touwtjes gebonden,
een mantel gemaakt van avondrood
om brood te breken met de vijand.

Want dat is het, niet,
dat we elkaar nog moeten aankijken
en de gelijkenissen en de verschillen
moeten willen zien zonder pretentie -
die afgod van ironie en dood

Ik heb een stad gemaakt
waar geen angst bestaat
Een staat, totaal
op mensenmaat, nee, voor meer dan man
en vrouw en dier - een stad van torens en tempels
met priëlen voor als het regent, waar
we bouwend bouwen aan onszelf, blok voor blok
als goden van ware waanzin
en allerliefste ontketening

zondag 20 oktober 2013

Pit en woord

Het is niet nieuw, maar daarom niet minder waar
de dagen deemsteren in geleende tijd.

Fruit valt.
De gouden kronen van de bomen
worden afgelegd zoals voorspeld.

We kunnen wel allemaal spreken
over de regen in dit land,
maar dat maakt nog niet de staat van elke druppel
of de steeds hernieuwde strepen water
langs de spiegels die we zien.

Ik krabbel tekens in m'n codex
en ik weet na herfst komt winter
komt lente, maar dat is slechts decor

Het ware bestaan bestaat uit het geluid
van glazen die klinken, en lippen die drinken
van blikken
vol onweerstaanbare dorst.

zaterdag 12 oktober 2013

Mi casa es mi lengua

Hier spreekt men Nederlands
of iets anders, lacht de chef-kok
in aangebrand Frans, en ik denk
hier staat het huis van het zijn;

soms netjes opgevouwen,
met vele verborgen kamers,
soms een weergaloos paleis
met balzalen van onontdekte talen

(hier ergens valt de volta van de wil)

het regent, het waait, klettert
woorden door de steden en straten
in Brussel en in Parijs

en ergens valt een glas om:
de zinnen vinden elkaar, kwetterend
als vogels in naakte schemering

zondag 6 oktober 2013

Mankluister

Het daagt weer korter
de handen van de herfst, zij vegen
bladeren langs cryptische banen,
over trottoirs als grafstenen
- en ikzelf, ik breek langzaam op.

De dagen slaan om zich heen,
grijpen ons woest naar de kelen.

Ik ben gekluisterd aan een bed
van Procrustes, aan de randen geknakt
en ik vraag me af wat ik zoek geraakt ben

De wereld tolt te snel,
verandert te traag van aard
en ik heb geprobeerd dat begrip te verdrinken
maar het begrip is steeds sterker,
een demon van ongeziene kracht.

En ik sta te lachen,
domweg te lachen
terwijl blad en tak verdorren.

woensdag 25 september 2013

Halogeen

het blad slaat om met de wind, we
willen op de rand staan van het willen.
ik kijk naar beneden en omklem
de reling van de dwarsnacht.

de pen aarzelt:
in de grote gaanderijen is het feest
voor jongens en meisjes die exploderen
van goesting, van goten tot daken.

het zijn nu hun nachten die komen
na die rijen die bij mij hoorden
maar de hoop van neon op niets, dat
verandert nooit in haar vergeten.

beneden het gedruis en gedreun
van alle verlangens door elkaar geverfd
en boven in de holtes van het denken
altijd maar dat ruis van cassettes

tegen al die energie weegt geen kunst op op mensenmaat
van banale dichters die hmm en zo zo zeggen
maar alleen het verre ademen van open longen,
alsof een zeestraat vol mensen is opgebold en

met die mensen de zwart-witte wensen
van vroeger en de lichamen van het nu
ik heb beslist wel meer gewild dan dit
maar bleef kleven in halo's van schemer
als nooit meer dan een rusteloze drinker

woensdag 11 september 2013

Mode d'emploi

het is een ritueel van veren
en toch nooit vliegen
het is een daad van verven van verse kleuren
over troebele kwesties

(ik wijd dit schrijven aan een god zonder persoon,
hij die zich verschuilt achter gordijnen van regen)

het is het omkeren van een zandloper,
het is het zachtste sloopwerk
en het is een daad van stilstaan
bij havens van verlaten gedachten

het is tenslotte licht vangen onder dekens,
en denken dat het sterren zijn

woensdag 4 september 2013

Nazomer 2013

Voor wie wil, zijn patronen en symbolen overal
in gras, in haar, in zomerjurken en kralen.

Vanuit de verte lijkt het één systeem
dat smeekt om ontsluiting,
van dichtbij zijn er slechts bellen en
contouren die vervloeien
in de inkt van warme zintuigen.

Op het einde van de golf ligt nat de rust,
witte lichamen wentelen per kering,
in de volle branding van een hongerzon.

zondag 25 augustus 2013

Cor's 50th birthday party

Een aanhoudende mist rolt langs kaarsrechte straten
en gehorige huizen -
de straatlichten staan op strenge afstanden
in hun eigen vijvers van verlichte kasseien.

Wij wandelen, wij horen geen geluid uit de huizen
noch het ruisen van banden over banen
Middernacht is zwaar gevallen als een stolp
en met wat beweegt aan wind, gaan wij huiswaarts

Borden leggen roodomrand hun wil op:
verboden toegang, behalve voor bromfietsers,
fietsers en verstilde feestvierders.
De allereerste bladeren zijn nog niet gevallen.

zondag 18 augustus 2013

De von Neumann-cel

Voorbij de staven van onze kooien
speelt het theater en wij zwijgen.
Zij zijn alleen maar schaduwen op doek,
de inkt van inbeelding

In het achterhuis verkleinen de kooien
en kijken we naar beneden naar binnen,
zijn wij onnadenkend steeds gezien.

Ik herinner me
wij bouwden mee aan onze eigen tralies
omdat we beter zijn dan dieren.
Nu grijpen we de staven vast
om niet vormeloos voor de dag te komen

vrijdag 9 augustus 2013

Baile Átha Cliath

land van aardappelen in groene jassen
waar postkaarten als transparanten
onscheidbaar worden van waarheid

de meeuwen hangen boven schoorstenen van bruinsteen
en uit bars stroomt bars gelach.

Hibernia, Hibernia,
waar zelfs de waard zingt als hij zegt
dat de dagsoep de moeite is

onze dialecten lonken huiswaarts
en wij tellen het gras tussen onze vingers -
dit lijkt wel vakantie.

donderdag 18 juli 2013

Lezende metronomen

zij leest mee over zijn schouder
op de cadans van de knikkerende metro
en nog ongelezen zinnen.

twee volslagen onbekenden, alleen
gebonden in de taal van een treinstel,
waar staal, papier en ruw katoen
elkaar kunnen kruisen.

netjes blijven haar ogen op afstand
als een koorddanseres van de ondergrond
en hij denkt lees maar in mijn plaats
lees mijn hand en adem.

het afluisteren van alfabetten
is letterlijk het liefste
van de heimelijke voyeurismen.

woensdag 10 juli 2013

Onder het wiel

Ik leg landkaarten aan van lust en boete,
routes naar verlossing en ontlading.
In hoog gras zomeren nog gedachten aan vroeger
en hun bomen,
en hun fruit met pitten die taal konden maken
tot gesmolten staal.

M'n vingers volgen de weg van berg tot dal,
tot galgenveld van beloftes -
ik heb niet gewacht
ik wacht op niemand
De schatkaart werd verbrand.

"Welkom op het grote wiel; niemand kan eraf."
Wij, de zoekers, vangen slechts troost bij gaslicht.

zondag 30 juni 2013

Quousque tandem

de sterren zijn verkeerd geteld door slechte herders
en hun dolle honden.
het zijn de heren, dames, vooral heren
die met geknelde hoofden hun verdienste zien als talisman.

dit is hoe een land zich onder kromme handen
invoegt in wat voorbij gaat,
begoocheld door een naverteld verleden.

"er is niet genoeg voor iedereen,"
zucht de vraatvorst, en op zijn teken
starten lekenkardinalen hun dans van stoelen

dinsdag 18 juni 2013

Drainage

het hangt met de haren half boven de afvoerput,
en de handen gaan over het hoofd,
geruststellend, nat
om wat rest van de dag weg te masseren.

hier wordt geen brand geblust
maar geronnen bloed gereinigd

de knopen worden ontward door schone nagels,
in het gezicht verdwijnen
de artefacten van de feiten die zich voordoen,
mee met extracten van pitten en kruiden.

het haar druipt uit,
het kader kan terug ademen in de stilte,
hevig van wit email

zondag 9 juni 2013

Arūpajhāna

een orbituarium:
gedachten tuimelen als Oostblokturners door elkaar
in het gymnasium van het denken.
hun fabricage werd voorzien van waarmerken
voorafgaand op de tast van de vingers.

en zo begint alles:
iconen uit Byzantium met dor-gebrande ogen
gij zult God vrezen als een stiefvader van ijzer
staat tegenover
de glimlach van een tweeslachtige Boeddha,
zittend als zetel in zetels
vanuit het gevoel waar alles vertrekt

en dat gevoel is al zo vaak mismeesterd,
onteerd door logge praters of zij die zwijgen hielden voor goud.
het is junkfoodsentiment, het is
een wervelend spektakel voor de hele familie
het is tederheid en prille liefde
het is vooral plezant
en het prijkt op koekendozen en platenhoezen
gezelligheid op bestelling,
en nadien de porno van verontwaardiging.
maar op de tast gaan we verder -

- het ritme is raak,
en het gevoel rijgt zich aan denken,
neemt de vorm aan van niet-vorm, vertaalt zich
tot actie en constructie
creatie en constrictie en ik zeg het je
dat maken en kapotmaken een lus vormen in de eindigheid
omdat we toch alleen maar herconfigureren
en het confetti doen regenen.

regen brengt verkoeling.
een bad voor de armen
en de sterke benen van de machine die al rokend
valse handleidingen schrijft tot zichzelf
I'm afraid I can't let you do that, Dave

cirkels worden spiralen,
alles komt terug, zwemmend of zwevend,
eerder vroeg dan laat
en het bewijs staat in de krant
"huisvaders blazen jazz nieuw leven in"

dinsdag 28 mei 2013

De weg van het midden

Dag dag,
dag natgezeikt en lelijk romantisch land, goeienavond
België, wolkerig en weelderig in zijn teveel.
Hier heerst een overaanbod aan meningen
van dasgeknoopte hansworsten
en nijdigaards die hun nagels knippen op de trein.

Voor wie luistert, lijken alle kooien
sonische terroristen te huisvesten.

Nadat de kinderen er gekomen zijn is er een familiefeest
het hele lieve leven lang: dat spreekt
uit de herensnit van die veel te luide dame
Ondertussen, graatmager en grijs
eet een verstorven man een appel met dedain:
ik eet gezond, ik ben een plank beendermeel - en ik denk
ik denk
ik wil de drank en de drugs en de tabak
maar ben te slim om dom te sterven, te ongezond
om langgerekt als een biostokbrood recht de dood
tegemoet te leven.

Leg me als de trein ontspoort gewoon maar in het gras
en draai me dan in dekens,
want ook ik heb een nek die kan breken.

Zie je ik ben verslaafd aan schoonheid
en wat ik allemaal waarneem is slechts goedaardige dementie
Ik ben verankerd in letters en leestekens,
maar wat ik lees lijkt een cliché, geschreven op wc-papier
In onze wagons wordt verder gewerkt
aan een magnum opus van middelmatigheid, een generatie
die ik haat met haperingen, hiaten
en meer chiasmes dan de chromosomen van al mijn moeders samen.

Dikke man met talisman,
student met stil gebroken klok en
dame met stem als g-loze godin,
wij naderen thans Gent-Sint-Pieters, bolwerk van mensenvloed
terwijl ik alleen kan denken aan eb,
eb
e

zondag 19 mei 2013

Asbakwesp

(Open van acht uur 's avonds tot zes uur 's ochtends:
hier wordt nog ontbijt verkocht)

Als warme lucht loopt hij langs spoorlijnen,
en verzamelt gebroken lampen.
Al sluimerend steelt hij zijn stemmen bij elkaar.

In kale hallen staat één getatoeëerde danser,
in veelvoud zoeken passagiers hun hartslag.
Iemand gooit kop of munt,
iemand verbergt zich in een jas van koffie

Hij is het spook van alle steden met lege kerken,
de stegen met zwarte vuilnisbakken, en
welke God daar nog door het stof dwarrelt.

Wandelend in regen klem ik de lippen op elkaar
en knikken we elkaar weer toe: mondhoeken
en hun verhalen van onbreekbare tederheid.

vrijdag 12 april 2013

Venera

stromen scheppen nog enkel zand en stof,
stenen die onleesbaar worden met de wind -
een landschap vol dorst.

de nacht daalt af en legt haar handen
op de heetste bekkens en beken,
een gebed voor doven.

slechts één stem spreekt nog door de golven
van sulfer en zilver:
У нас есть проблема
У нас есть проблема

maandag 1 april 2013

Auriga

Ik ben de man van de vierspan, breedbeens
en volgetankt met brons.

In vloeipapier zitten we verstrengeld als dieren
en voeden we de zinnen, de zintuigen
een kampvuur van ontbrande zenuwen.

Nadien drijven we het slapen tegemoet
of varen we de natte wolken in.

Elk wiel wijkt voorwaarts
en donkere pollen spatten op.

donderdag 28 maart 2013

-

I

ik kwam ter wereld onder goedkeurend gebrom
en zat in een rieten mand van liefde.
de hemel was nog niet hoog genoeg
om te vullen met een vracht aan vragen.

stralen streken langs m'n netvlies
en ik weet nog elk detail van wat ik wist
dat ik niet vergeten mocht:
hoe volmaakte taart weer smaakte
waarom de buurman niet meer bewoog
en dat ik niet verloren mocht lopen.

II

het heeft reeds te veel geregend
en dat voel je aan hoe ik stap
of m'n mond verberg als ik spreek.

als drenkeling, smekeling, sterveling
heb ik gehoest in kleine kamers
en met gebonden handen gedichten geschreven

maar diep vanbinnen ben ik nog steeds zo stil als een Vermeer,
schuift de zonnewijzer als een mantra
zonder angst en zonder hoop

vrijdag 22 maart 2013

Kortslaping

ik tel de knopen en de kralen,
de veren en de strepen van licht.
deze nacht is weggekaapt
door piraten zonder zeezicht.
ik moet de plank bewandelen
ik moet een offer maken
met de bloedpen tussen de kaken.
ik zoek naar een zandbank
wij gaan zo landen

dinsdag 19 maart 2013

Voyager

wij raakten aan de grenzen van het onverkende
en stuurden robots door de leegte -
de werelden buiten werelden,
het uiterste van de mensheid.

wij ontdekten de ringen van de tijd
en de koraalriffen van eeuwig ijs.

voor vriend en vijand namen we platen mee
"hallo dit is planeet aarde" en

als we hand in hand als humus liggen
zullen het niet de zuilen zijn,
noch de steden en de zedenpreken,
maar de stalen reiziger, die
langs de grachtengordels van het heelal
soeverein blijft varen

"dank u om te luisteren"

woensdag 13 maart 2013

Cinquantenaire / Jubelpark

het is allemaal waar:
ik heb de stad omvat, gezien wat
loopt door gangen, hangt langs
rails te roken en te lachen.

ik zag hemels hangen boven bomen,
blauw op wit op blauw gelaagd,
condens van dakpannen en van dromen

ik heb de wonden van de wanden gevoeld,
de geschaafde wangen van man
en vrouw, koud gesproken in hallen

- maar nooit met minder dan de warmte
van natte aarde

maandag 11 maart 2013

Hoofdstuk

noord, noordwest is de wind,
vindt hoeken aan man en huis

in sneeuw waaien haren als
bloedrode vaandels in het meest exacte licht
en intussen vallen er stukken
uit het gezicht van kermiskramers

dankbaar voor de demping
dampen kringen adem weg

zelfs in kletterend vallen
lijkt de kou een kus

zondag 3 maart 2013

Kamer 237

In gedempte kamers beweeg ik traag
uit respect voor voorgaande reizigers,
zwervers op quantumbanen.

En ik weet:
er sluipt een ding langs de stegen en daken,
iets dat door buitenmuren binnenkruipt
en zich verspreidt over de pleinen.

Ik blader door folio's van licht,
gluur door gordijnen en zoek antwoorden,
in het karakter van Parijse straatlantaarns

Metswerk werpt muren op,
in schalen liggen speelkaarten en sleutels.
Langzaam rijst een late lente op

zondag 24 februari 2013

On the rocks

wij kwamen aangewaaid door draaideuren
op zoek naar witte raven
wij vonden het volk aan de toog, gezond en geel.

men sprak er middenberm-Nederlands,
bestand tegen de ergste schokken van de vangrails
waar lichamen vol drank alles over wisten

wij kwamen af op de geweerschoten van vreemden,
een vergadering van dorpsidioten
wij schreven onze onzin neer op wakke bierviltjes

ik zocht naar een gevallen kralenketting,
ik zocht naar de uitgang, een ingang
naar nacht die nog langer zou duren dan voorspeld.

aan de gebogen muren hingen grove advertenties:
"de waarheden van gisteren zijn verwaterd
maar morgen feest men in het vreselijke vleeshuis"

wij speelden op spooktrompetten
wij betaalden de prijs voor een enkele reis

woensdag 13 februari 2013

Clockwork

men telt al jaren lang af naar het einde
maar ook voorbij de nul tikt de teller verder -
we zijn dus over tijd.

het gebeente van gezond verstand is onbewoonbaar verklaard,
ten prooi gevallen de bouwfraude
van tv-presentatoren van laag allooi.

we wensen ons een eiland van 0,9 promille,
een godgelijk lijf zonder productiefouten
maar onze dromen, zij blijven vast in steigers staan

zaterdag 9 februari 2013

Zeitgeist

Ik ben tegen de tijdsgeest in
onzindelijk en daar ben ik vrijgevig in.
Ik doe niet aan ironie. Ik verklaar
mezelf tot oplichter en messentrekker,
richt geen versregels aan wat verkleft -
want liefde is geen ding van design.

De liefde is een brandbrief, is
twee vuurstenen. Zij is ontzettend,
vol van geweld en genade.

Het wollig staan wezen met Kammermusik
laat ik over aan krullendraaiers in sweaters van polyester.
Ik, ik moet brullen in de branding tot ik rood word
en pathetisch.

(intussen: goedkeurend geneuzel
van redacteurs op natte sokken -
de zoveelste lulbundel van een nulliteit komt uit -
who gives a flying fuck
De toekomst komt niet toe aan wie drijft in eigendunk)

Poëzie is clustermunitie,
is ook absoluut democratie en vrije liefde
maar niet vrijblijvend.
Want wie geen passie kent, komt er niet in
Wie meent het hoogste goed is schadeloos te zijn,
zal ik beschadigen, en wie komt met lege dozen,
zal ik beledigen.

Ik blijf geven.
Het zit geëtst in m'n gebeente
en m'n schedel blijft de regels steken.
Nur die Stimme aus Moskau hämmert unermüdlich, monoton
Alle sieben Sekunden stirbt ein dummer Dichter.

dinsdag 29 januari 2013

Mutatie

een postkaart valt in de bus, de tijding
kondigt betere tijden aan, zeezichten
van bijziende drukkers
maar ook dit gaat voorbij: na regen
nog regen
de geknapte tak groeit nooit meer terug

dat wil niet zeggen dat we niet zullen opstaan
of tafels aan de kant zullen schuiven
om in nieuwe kleren nieuwe kleuren uit te vinden
en feest te vieren als nooit voorheen

verlies is iets dat niets achterlaat,
winst is een mutatie -
of hoe relaties breken en herrijzen
in andere configuraties.
laten we er dan mee leven, mee feesten,
in de regen, in de regen die regeert

maandag 21 januari 2013

De handlangers van Pruisen

Op Brusselse bussen klit samen het stille gependelte
gestold in koffiekleurige dromen
Het zijn slechts kinderen en zotten die praten in het onklare
Strooizout spat weg langs fout gespelde haltes

In de krant staan weer afschuwelijke namen van rechtse politici
Verbitten, Onghena, Zwendelaer, Verkrachtert,
dolmen-dansers met dolken, eters van paardenvlees
Cartoons op de laatste palimpsest van inkten kul

Opent zich toch de mozaïekmuil van Dante's metro
met delen van daklozen, doelloos liggend als partituren voor Permeke
Het gependelte zwemt langs muren en buizen
wegbereiders van wassen dagen
mismeesteraars in dove banen

woensdag 9 januari 2013

Het hoogste bureau

men lauwert een man,
een despoot met scherpe varkensogen, roze
van das en grijs van maatpak

als hoofdmongool heeft hij de beste yurt
en de langste wagen met een span van
wel tweehonderd paarden

een khan van pudding en rekenwerk.
hij en zijn krijtheren beschikken over
leven en dood van de grootste gemene deler

men lauwert hem. hij zingt de Vlaamse leeuw,
bolvormige viriliteit
hij eet graag oesters -
dat komt nog in de boeken