Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de poëzieafdeling daarvan. Hier kan je zowel de laatste nieuwe gedichten als ook een selectie van oudere gedichten vinden. Overigens kan je mijn poëziebundels downloaden in PDF-formaat als je Patron wordt: 'Epicentrum' (2012), 'Synaeresis' (2012), 'Subductie' (2013), 'Enceladus' (2015), 'Volterra' (2017), 'De snelheid van de duisternis' (2019), 'Indiscrete wiskunde' (2021) en 'Chicxulub' (2024). Behalve 'Synaeresis', dat één verhalend gedicht is in twee delen, bevatten de anderen telkens een 30-tal geredigeerde en zorgvuldig geselecteerde gedichten, met duiding en een nieuwe indeling. De weg een beetje kwijt? Mijn eigenlijke website, die ook 'Onklare taal' heet, verwelkomt je.

maandag 22 maart 2021

Alagadda

grauw zijn de verbindingen tussen
hand en hand en huid en huid geworden
verwikkeld in doeken waar onze
eenzaamheid lelijk geschreven staat

potscherven in balzalen, gegooid
door een concerto van idioten -
al wat ik nog heb zijn voeten
die bloeden van het vlezige moeten

ik stop mijn kop in een condoom
en slaag er niet in te stikken
mijn strot vertikt het te versmallen
een chirurgijn kijkt lijdzaam toe

(is hier eigenlijk nog liefde
of is die vraag zo pathetisch
als platgetrapte bloemen?)

ik word de zaal uitgedragen
op eigen kracht, ik hoop uit alle macht
dat de draden aan de muren met mij
mee het paleis doen imploderen

zondag 21 maart 2021

هذه فلاندرز

de klokken staan stil en toch luiden ze
en wel om ter luidst
in de smalst denkbare taal

in de vingers zit een virus
en in de cortex woekert een kanker
waarmee we onszelf bespioneren

je eet je kak en zegt dat het brood is
je tradities zijn bedacht door marketing

hier is een woestijn met enkel gelijke kasseien
en spleten met fluisterend onkruid
dat dwingt tot een verdwaasd luisteren

wij dwalen in een museum
van nageboetseerde denkers met nagebootste stemmen
die allemaal hetzelfde zeggen als trekpopjes

deus nolet
ik slaap in een gebroken bed zonder matras
ik sleep me voort over een drassige vloer

zondag 7 maart 2021

Daglicht

Onder een metalen daglicht rijst geen wolk op
Een kolos verheft zich uit rivieren vol data
en grijpt naar de blakend stalen zon

Men heeft de God van Kardasjev gemaakt,
een titaan van miljarden commentaren
en het bloed op de baren van de mensenzee

Zijn ogen zijn ongenadig als maansteen
zijn licht doorboort ons allemaal tegelijk
en wordt entropisch verspreid in het netwerk

zondag 14 februari 2021

Lupercalia

In verkleinde cirkels en koorden keer ik terug naar mijn eerste vorm
Mijn jaarringen worden compact in drie dimensies en mijn tong is gekwetst
maar toch weer ik me in tientallen talen en leer ik m'n gebit breken
in waar grind verandert in groei - in boeken en onder bomen.

Bewegen doe ik in achtvoudige gedachten en in de meest precieze woorden
Ik ben historisch verantwoord
Lezen doe ik in alle richtingen, van kern tot cluster, van zon tot maan
Zonderling is de letter die loopt uit de kleinste pen, een droomatoom

woensdag 3 februari 2021

Wilden

Wij wilden dit niet, maar de wil is week

Slechts een zucht doet de lucht ontbranden
blakert onze zachte longen van borst tot strot

Wij willen elkaar weer voelen onder regen
in linten van mist en zonder miskenning
waar zinnen zijn zonder vraagtekens

Ik krijg een bericht binnen
Geniet nu van hyperseks met gewillige tieners
Zelfs 's winters zingt de internetmuezzin
om ons te verdrinken in onwerkelijke scherven

dinsdag 12 januari 2021

Radii

het seinhuis neemt soms monsters waar,
verre vrienden in dunne stralen,
of zelfgemaakte vijanden op baren
van een inktzwarte zee.

geen mens is een eiland maar niemand
komt aangespoeld in een schelp -
de vrees om te breken is sterk

in oliejassen nemen de verlangens vorm aan,
nat en koud als reumatische tentakels

nogmaals cirkelt een lichtstraal over zee

zondag 3 januari 2021

B255

I

Nog niet alles is gezegd

Onze schaduwen hebben hun eigen ombre hier
buiten het kunstlicht van de supermarkt.
Geen grootse daden worden hier verricht,
de dagen smelten samen in somberheid.

II

Maar isomorfie is voor idioten en machines,
nog is er geen algoritme dat met vaste hand
mijn dromen leidt naar het verkeerde land.
Ik denk aan noötropisch water, waar horizon en
hemel zich vervlechten in een steppe van cyaan.

III

U heeft duizend nieuwe berichten
Het systeem heeft u doorgelicht en
wij werden te licht bevonden

IV

Wij zijn ontmaskerd, maar wie ontmaskert
zelf de ontmaskeraars. Eens te meer
glipt de misdadiger door de mazen
van het internet.

Wij staan alleen, en ik sta geseind
Wij moeten die verhalen blijven delen

V

Dit is de vloek van het voelen en het denken
duister en helder, held en slechterik
in één overproductief lichaam, met haar
en nagels en naden en zaad en bloed

VI

Maar als ik ik niet zou zijn, wat dan wel
behalve de anemische anatman
Geen leegte is ooit voorwaardelijk
Geen liefde is ooit geboren uit neutraliteit