ik sla hem gade vanuit het venster
terwijl hij op straat staat:
zestien en één en al totale oorlog.
een psychotische kraai die pikt naar alles.
hij heeft ogen die niet van hier zijn
rookt en stoomt naar voetgangers,
zoekt een gevecht, zijn bad voor vuisten
zonder regels noch verhaal.
zijn zenuwtrek komt misschien van Grozny
of een ander Kaukasisch abattoir -
ik heb de luxe hier te zijn en niet daar
maar als ik hem was, zou ik bang zijn van mezelf
Over 'Onklare taal'
'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de poëzieafdeling daarvan. Hier kan je zowel de laatste nieuwe gedichten als ook een selectie van oudere gedichten vinden. Overigens kan je mijn poëziebundels downloaden in PDF-formaat als je Patron wordt: 'Epicentrum' (2012), 'Synaeresis' (2012), 'Subductie' (2013), 'Enceladus' (2015), 'Volterra' (2017), 'De snelheid van de duisternis' (2019), 'Indiscrete wiskunde' (2021) en 'Chicxulub' (2024). Behalve 'Synaeresis', dat één verhalend gedicht is in twee delen, bevatten de anderen telkens een 30-tal geredigeerde en zorgvuldig geselecteerde gedichten, met duiding en een nieuwe indeling. De weg een beetje kwijt? Mijn eigenlijke website, die ook 'Onklare taal' heet, verwelkomt je.
dinsdag 20 mei 2014
dinsdag 6 mei 2014
Apenhuis
ik wil bouwen aan nieuwe waarheden
maar de vraag is waar beginnen die
ik weet wel dit:
die dingen verschuilen zich niet
in het gekauw van collega's
of het gebalk van pendelaars
de ondraaglijke lichtheid
van slecht geschreven gedichten
in de diepzee van de slaap
liggen enkel monsters
in achterkamers
woekert de kanker van onze tijd
op ironische afstand
is steeds de dood dichtbij
bezeten van vermaakmaar de vraag is waar beginnen die
ik weet wel dit:
die dingen verschuilen zich niet
in het gekauw van collega's
of het gebalk van pendelaars
de ondraaglijke lichtheid
van slecht geschreven gedichten
in de diepzee van de slaap
liggen enkel monsters
in achterkamers
woekert de kanker van onze tijd
op ironische afstand
is steeds de dood dichtbij
de banaliteit van het kwaad
is een staat van spektakel
Ein rasendes Tosen und Toben
erfüllte den Raum,
die Erde zitterte,
eine Wolke von Staub, Dampf
und Qualm, und das Ungetüm
war vorüber
misselijk zijn we van ongeluid
het spook van het gestolde nu
waar waarheid komt in spaanders.
het zijn altijd de aapjes
die aan orgeltjes draaien
die het gelag betalen
zondag 27 april 2014
Tarpeia
I
In Rome doodde men,
door ze van een rots te gooien,
misdadigers tegen de schoonheid
- de goden waren er wreed.
Nu vertelt men schuine moppen
achter de knoppen van de dood
II
Al bij leven staan we op sterk water
we zijn allemaal patiënten
in palliatieve zorgen, maar
zo lang we maar kunnen lachen,
zo lang er genoeg zout is
op de patatten en de puree.
Weet: ik ben geen trotse ongelovige,
want ook ik verlang nog vergeving
en overgave -
maar wat kan ik hier verwachten
in kerken van verlating
in kerkers van verwensing
In Rome doodde men,
door ze van een rots te gooien,
misdadigers tegen de schoonheid
- de goden waren er wreed.
Nu vertelt men schuine moppen
achter de knoppen van de dood
II
Al bij leven staan we op sterk water
we zijn allemaal patiënten
in palliatieve zorgen, maar
zo lang we maar kunnen lachen,
zo lang er genoeg zout is
op de patatten en de puree.
Weet: ik ben geen trotse ongelovige,
want ook ik verlang nog vergeving
en overgave -
maar wat kan ik hier verwachten
in kerken van verlating
in kerkers van verwensing
zondag 6 april 2014
Grafiet
wij zijn naast elkaar in kamers
van dezelfde taal, lichaam
aan lichaam aangehaald, zonder
grote gebaren of dure daden.
je leest mijn kaarten, keizers,
koninginnen en omgekeerde zwaarden:
het lot laat zich lastig kopen,
maar voor geloof zijn we te listig.
er is iets als ik je gezicht hou
tussen m'n handen, dat iets
wat bijna niets lijkt maar alles zegt,
ondeelbaar is, onvergetelijk licht
je weet:
de tijd vermaalt grafiet tot diamant,
maar met edelstenen valt niet te dichten
dus wat ik doe is afgeven, zacht arceren
waar we samen seconden delen.
van dezelfde taal, lichaam
aan lichaam aangehaald, zonder
grote gebaren of dure daden.
je leest mijn kaarten, keizers,
koninginnen en omgekeerde zwaarden:
het lot laat zich lastig kopen,
maar voor geloof zijn we te listig.
er is iets als ik je gezicht hou
tussen m'n handen, dat iets
wat bijna niets lijkt maar alles zegt,
ondeelbaar is, onvergetelijk licht
je weet:
de tijd vermaalt grafiet tot diamant,
maar met edelstenen valt niet te dichten
dus wat ik doe is afgeven, zacht arceren
waar we samen seconden delen.
woensdag 26 maart 2014
Genesis
in de aanvang is de adem
de adem is de aanvang,
het verschil tussen steen en leven
graniet en liefde
groot is bloed dat vaten vult
en de strot beweegt tot spreken
maar hoesten is ons deel
wij weten het altijd beter
wij weten helemaal van niets
op het einde verven de wijsvingers
rozen op roodgevlekte halzen
de adem is de aanvang,
het verschil tussen steen en leven
graniet en liefde
groot is bloed dat vaten vult
en de strot beweegt tot spreken
maar hoesten is ons deel
wij weten het altijd beter
wij weten helemaal van niets
op het einde verven de wijsvingers
rozen op roodgevlekte halzen
zaterdag 15 maart 2014
Grieks vuur
ik kom uit een verkaveld land
waar geschiedenis dun gezaaid is
en de middenstand glanzend dik
sommigen zouden het benijden,
die parochie zonder goden,
vervuld van tomeloze vrede
maar niet ik, niet de ongeschikten
die de dampen snuiven
van caldera's vol van brand
mijn echte thuis is onbestaand
een boek in permanente ombouw,
een rij getallen zonder einde
waar geschiedenis dun gezaaid is
en de middenstand glanzend dik
sommigen zouden het benijden,
die parochie zonder goden,
vervuld van tomeloze vrede
maar niet ik, niet de ongeschikten
die de dampen snuiven
van caldera's vol van brand
mijn echte thuis is onbestaand
een boek in permanente ombouw,
een rij getallen zonder einde
woensdag 5 maart 2014
Neon zon
fluwelen schaduwen wervelen
staand op de tippen van de tenen
in laserlicht,
als work in progress,
als work in motion, als mantra
tegen het metrum van de pijn.
dit is het luidste leven,
onvolmaakt bewegend en zwetend,
maar kerend in koorzangen.
wij zijn waarlijk de kinderen
van titanen.
staand op de tippen van de tenen
in laserlicht,
als work in progress,
als work in motion, als mantra
tegen het metrum van de pijn.
dit is het luidste leven,
onvolmaakt bewegend en zwetend,
maar kerend in koorzangen.
wij zijn waarlijk de kinderen
van titanen.
Abonneren op:
Posts (Atom)