waarheid is reflectie van de
hoogste noot tot het diepste infra
rood, maar nooit compleet.
altijd, ergens, ontsnapt er iets,
vervliegt er een quantum
we schijnen met zaklampen
in schrijnen voor niemand in het bijzonder
maar ervaring kan nooit totaal
met zintuigen en zonderlinge gebaren
geboorte geven aan haar taal.
vandaar ook, het leesteken
(zelfs onze regie-aanwijzingen
zijn geregisseerd)
alle zilverringen en kettingen
dragen de beelden van dagen,
dragers van hemel en van oceanen
in postzegelformaat. als het ware
fractalen van verdeeldheid
maar het punt is niet
de begrenzing noch de blindheid
maar de benadering, soms brutaal
in ultraviolet, soms met monden
dicht en zacht opeen.
Over 'Onklare taal'
'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de poëzieafdeling daarvan. Hier kan je zowel de laatste nieuwe gedichten als ook een selectie van oudere gedichten vinden. Overigens kan je mijn poëziebundels downloaden in PDF-formaat als je Patron wordt: 'Epicentrum' (2012), 'Synaeresis' (2012), 'Subductie' (2013), 'Enceladus' (2015), 'Volterra' (2017), 'De snelheid van de duisternis' (2019), 'Indiscrete wiskunde' (2021) en 'Chicxulub' (2024). Behalve 'Synaeresis', dat één verhalend gedicht is in twee delen, bevatten de anderen telkens een 30-tal geredigeerde en zorgvuldig geselecteerde gedichten, met duiding en een nieuwe indeling. De weg een beetje kwijt? Mijn eigenlijke website, die ook 'Onklare taal' heet, verwelkomt je.
maandag 13 januari 2014
maandag 6 januari 2014
Lucky Strike
Het zijn de allermenselijkste dingen
die het makkelijkst ontsnappen aan
pennen en penselen. Zoals een puntkomma
die je plaatst om één gevoel
nog in een ander te gieten
of hoe een vonk afschilfert
van een sigaret tussen onze vingers,
een schilderij, niet meer dan een indruk
van longen in lichterlaaie.
die het makkelijkst ontsnappen aan
pennen en penselen. Zoals een puntkomma
die je plaatst om één gevoel
nog in een ander te gieten
of hoe een vonk afschilfert
van een sigaret tussen onze vingers,
een schilderij, niet meer dan een indruk
van longen in lichterlaaie.
vrijdag 20 december 2013
Sainte-Cathérine
Ik heb dingen gezien en sporen gevolgd
een vrouw die in tranen met cadeaus de cadans van de trap afdaalt
en een dansende Congolese in de kou ik zag
een man met lamheid afzien
een gezicht als halve wijnvlek
en een boogvlek van bloed op het uitgespat perron
Ik heb het heilig land der vaderen met drank in kaart gebracht
boven mijn krachten
en de krakers gezien die de panden ontbrekend in hun mond gebroken hadden
Ik heb gevoeld wat de blik is van een slanke roofvogel en ben opgeschrikt
door de ruwte van stenen stations in De Brouckère
waar ogen rond als knopen geleerd hadden om niet meer te zien
Ik heb gezegend ik weet niet wat
en ben als nevel door diepe stegen afgedaald
om de verhalen niet te vergeten van zij die nog leven
wonen onder de boomgaard van de dode nacht
als verspild fruit
als vruchteloze vechters
tegen cijfers en conclusies in keurige rapporten
een vrouw die in tranen met cadeaus de cadans van de trap afdaalt
en een dansende Congolese in de kou ik zag
een man met lamheid afzien
een gezicht als halve wijnvlek
en een boogvlek van bloed op het uitgespat perron
Ik heb het heilig land der vaderen met drank in kaart gebracht
boven mijn krachten
en de krakers gezien die de panden ontbrekend in hun mond gebroken hadden
Ik heb gevoeld wat de blik is van een slanke roofvogel en ben opgeschrikt
door de ruwte van stenen stations in De Brouckère
waar ogen rond als knopen geleerd hadden om niet meer te zien
Ik heb gezegend ik weet niet wat
en ben als nevel door diepe stegen afgedaald
om de verhalen niet te vergeten van zij die nog leven
wonen onder de boomgaard van de dode nacht
als verspild fruit
als vruchteloze vechters
tegen cijfers en conclusies in keurige rapporten
maandag 16 december 2013
Очарование
's ochtends kom ik niet tot woorden,
maar wil ik nog eenmaal stil ontsnappen
in het laatste restje nacht
waar we altijd al raadselachtige dieren waren
in de donkerblauwe steppes van de droom.
die kamer moet ik nu verlaten maar
ik heb zwijgend een toverspreuk gesproken,
een ring van rook,
een wolk van teder kunstlicht
die in slow motion langs je lichaam rolt.
en tegen dat de zon weer deemstert
bloeit woordeloos die stofmantel
weer helder als een sterrenbeeld -
als een gezamenlijk ademen
van geliefden rug aan rug.
maar wil ik nog eenmaal stil ontsnappen
in het laatste restje nacht
waar we altijd al raadselachtige dieren waren
in de donkerblauwe steppes van de droom.
die kamer moet ik nu verlaten maar
ik heb zwijgend een toverspreuk gesproken,
een ring van rook,
een wolk van teder kunstlicht
die in slow motion langs je lichaam rolt.
en tegen dat de zon weer deemstert
bloeit woordeloos die stofmantel
weer helder als een sterrenbeeld -
als een gezamenlijk ademen
van geliefden rug aan rug.
dinsdag 3 december 2013
Nerven
nauwkeurig tracht ik een brief te schrijven,
een exemplaar van ongeziene pracht over alles
wat waar is en bewaard moet worden, maar
sorry de zinnen zijn zoek geraakt.
ik brand tabak voor de geesten.
aangezien de lijnen niet parallel lopen,
en ik enkel de spraakkunst van vuurwater ken,
dan maar een schildering met vingers:
soms ben ik losse ledematen, gebogen
langs wegen en banen met de wind van
weerstand en men zegt,
men zegt dan dat ik gek ben; echter
ik ben hooguit wat verloren
in de valleien van het denken -
een vallend blad dat jaagt op z'n eigen schaduw.
en je laat me jagen.
meer vragen kan ik niet dan te zijn
wie je altijd bent geweest zonder cliché
m'n lief. dus neem dit aan
als de bomen kaal staan en de wind
weer keert, vergeet ik niet de warmte
van je bloed of het ritme van je slaap;
ik zal naast je zijn, ook al
ben ik scherven. en ik zal weer opstaan
om traag ons spreken te verstaan.
een exemplaar van ongeziene pracht over alles
wat waar is en bewaard moet worden, maar
sorry de zinnen zijn zoek geraakt.
ik brand tabak voor de geesten.
aangezien de lijnen niet parallel lopen,
en ik enkel de spraakkunst van vuurwater ken,
dan maar een schildering met vingers:
soms ben ik losse ledematen, gebogen
langs wegen en banen met de wind van
weerstand en men zegt,
men zegt dan dat ik gek ben; echter
ik ben hooguit wat verloren
in de valleien van het denken -
een vallend blad dat jaagt op z'n eigen schaduw.
en je laat me jagen.
meer vragen kan ik niet dan te zijn
wie je altijd bent geweest zonder cliché
m'n lief. dus neem dit aan
als de bomen kaal staan en de wind
weer keert, vergeet ik niet de warmte
van je bloed of het ritme van je slaap;
ik zal naast je zijn, ook al
ben ik scherven. en ik zal weer opstaan
om traag ons spreken te verstaan.
zondag 24 november 2013
Golfslag/Hartslag
zaterdagnacht is gaan zwemmen
in banen van zelfgemaakt onheil
voorwaarts met krachtige slagen
van kust tot kust
in de ban van vele boeien
boven water zijn de vale lichten
en signalen van stoomboten
onder water de schatkamer
van een verbeurd geheugen
ik stroomlijn het denken, ik hoor
de toonaarden door elkaar
van een wereld in drenking
en het nadreunen van natte geluiden
in alle beddingen van de zee
in banen van zelfgemaakt onheil
voorwaarts met krachtige slagen
van kust tot kust
in de ban van vele boeien
boven water zijn de vale lichten
en signalen van stoomboten
onder water de schatkamer
van een verbeurd geheugen
ik stroomlijn het denken, ik hoor
de toonaarden door elkaar
van een wereld in drenking
en het nadreunen van natte geluiden
in alle beddingen van de zee
donderdag 7 november 2013
Stormende
(De titel is te lezen met het accent op het einde, als in 'Oostende')
I
ik at natte aarde
en de kamer ging ademen
alles werd het lichaam van
ongekende warmte, dier
en plant en gefluister
van plankenvloeren.
II
Haar stem weeft zich in en uit een weg
langs alle toonladders en kanalen
en beschrijft banen rondomrond het weer
op de weerloze golfslag van m'n tong
Wat begint als een curve van primaten
kan een systeem van stormen worden
brandend op menselijke motoren
III
wie zal zeggen
wiens blijde intrede dit is
in een huis vol deuren
waar vreemd volk zit
maar geen angst heerst,
enkel het herfstkrakeel
van strelende stemmen.
IV
De dag heeft de nacht de wacht aangezegd,
en zij en ik zijn losgeslagen samen
in nagespeeld noodweer
en met feesthoedjes van obsceen geluk.
I
ik at natte aarde
en de kamer ging ademen
alles werd het lichaam van
ongekende warmte, dier
en plant en gefluister
van plankenvloeren.
II
Haar stem weeft zich in en uit een weg
langs alle toonladders en kanalen
en beschrijft banen rondomrond het weer
op de weerloze golfslag van m'n tong
Wat begint als een curve van primaten
kan een systeem van stormen worden
brandend op menselijke motoren
III
wie zal zeggen
wiens blijde intrede dit is
in een huis vol deuren
waar vreemd volk zit
maar geen angst heerst,
enkel het herfstkrakeel
van strelende stemmen.
IV
De dag heeft de nacht de wacht aangezegd,
en zij en ik zijn losgeslagen samen
in nagespeeld noodweer
en met feesthoedjes van obsceen geluk.
Abonneren op:
Posts (Atom)