Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de poëzieafdeling daarvan. Hier kan je zowel de laatste nieuwe gedichten als ook een selectie van oudere gedichten vinden. Overigens kan je mijn poëziebundels downloaden in PDF-formaat als je Patron wordt: 'Epicentrum' (2012), 'Synaeresis' (2012), 'Subductie' (2013), 'Enceladus' (2015), 'Volterra' (2017), 'De snelheid van de duisternis' (2019), 'Indiscrete wiskunde' (2021) en 'Chicxulub' (2024). Behalve 'Synaeresis', dat één verhalend gedicht is in twee delen, bevatten de anderen telkens een 30-tal geredigeerde en zorgvuldig geselecteerde gedichten, met duiding en een nieuwe indeling. De weg een beetje kwijt? Mijn eigenlijke website, die ook 'Onklare taal' heet, verwelkomt je.

zondag 14 februari 2021

Lupercalia

In verkleinde cirkels en koorden keer ik terug naar mijn eerste vorm
Mijn jaarringen worden compact in drie dimensies en mijn tong is gekwetst
maar toch weer ik me in tientallen talen en leer ik m'n gebit breken
in waar grind verandert in groei - in boeken en onder bomen.

Bewegen doe ik in achtvoudige gedachten en in de meest precieze woorden
Ik ben historisch verantwoord
Lezen doe ik in alle richtingen, van kern tot cluster, van zon tot maan
Zonderling is de letter die loopt uit de kleinste pen, een droomatoom

woensdag 3 februari 2021

Wilden

Wij wilden dit niet, maar de wil is week

Slechts een zucht doet de lucht ontbranden
blakert onze zachte longen van borst tot strot

Wij willen elkaar weer voelen onder regen
in linten van mist en zonder miskenning
waar zinnen zijn zonder vraagtekens

Ik krijg een bericht binnen
Geniet nu van hyperseks met gewillige tieners
Zelfs 's winters zingt de internetmuezzin
om ons te verdrinken in onwerkelijke scherven

dinsdag 12 januari 2021

Radii

het seinhuis neemt soms monsters waar,
verre vrienden in dunne stralen,
of zelfgemaakte vijanden op baren
van een inktzwarte zee.

geen mens is een eiland maar niemand
komt aangespoeld in een schelp -
de vrees om te breken is sterk

in oliejassen nemen de verlangens vorm aan,
nat en koud als reumatische tentakels

nogmaals cirkelt een lichtstraal over zee

zondag 3 januari 2021

B255

I

Nog niet alles is gezegd

Onze schaduwen hebben hun eigen ombre hier
buiten het kunstlicht van de supermarkt.
Geen grootse daden worden hier verricht,
de dagen smelten samen in somberheid.

II

Maar isomorfie is voor idioten en machines,
nog is er geen algoritme dat met vaste hand
mijn dromen leidt naar het verkeerde land.
Ik denk aan noötropisch water, waar horizon en
hemel zich vervlechten in een steppe van cyaan.

III

U heeft duizend nieuwe berichten
Het systeem heeft u doorgelicht en
wij werden te licht bevonden

IV

Wij zijn ontmaskerd, maar wie ontmaskert
zelf de ontmaskeraars. Eens te meer
glipt de misdadiger door de mazen
van het internet.

Wij staan alleen, en ik sta geseind
Wij moeten die verhalen blijven delen

V

Dit is de vloek van het voelen en het denken
duister en helder, held en slechterik
in één overproductief lichaam, met haar
en nagels en naden en zaad en bloed

VI

Maar als ik ik niet zou zijn, wat dan wel
behalve de anemische anatman
Geen leegte is ooit voorwaardelijk
Geen liefde is ooit geboren uit neutraliteit

maandag 26 oktober 2020

Schouwing

de dieren vliegen laag over de looplijnen van het kanaal
het groen heeft zijn mantels afgelegd in grijze schetsen
aan verre lampen wordt grof glas geblazen -
's avonds krult de adem over de daken
de nacht is stil gevallen, in de kapotjas van de kille mist
de laarzen klinken dof in doodkleurige bladeren, en
een broos ponton is belast met de doodnormaalste gedachten

donderdag 22 oktober 2020

Locked-in

I

Zeg niet dat we langzaam in lockdown gaan
maar traag onze qi affakkelen

II

Ik heb niet eens mijn eigen constitutie geschreven
en toch ben ik geletterd geboren
in het rechtse rijvak, waar de pechstrook altijd lonkt.
Wie niet sterk of slim is, die moet snel zijn
of domweg in de wieg gelegd voor het geluk.

III

De schuld staat in promotie,
als vanouds volstaat enkel geld om uit het vagevuur te raken
Anders is het all-in tot lang na je dood
Je denkt: de hel is donker en heet
maar de waarheid is: zij is kil en helder,
een eindeloze lijnbus die stinkt naar urine,
een groteske show, gekneed uit plasticine.

IV

Ik bied boeken aan vanuit mijn hoofdzetel
en ik heb er gelukkig geen webinar rond geweven
Smeken om publiek is iets voor politici
of pierrots die op eenwielers door de piste rijden

De woorden smaken dor op mijn tong, gebruikt
en te snel gesproken. Dus ik maak nieuwe runen
om magie mee te bedrijven, in commune te gaan
met waar ik hoop dat je hartkamer klopt

V

Zeg niet dat het een lockdown is
Zeg dat de lijken gewoon drijfhout zijn
Dat de bubbels champagne zijn

VI

Je mag me aanraken ook al heb ik daar geen handleiding voor
die past in een behapbaar formaat.
Ik haal m'n handen door m'n haar
doe alsof het die van iemand anders zijn,
ik steek een sigaret op gerold uit mijn belastingbrief
en ik kijk door de patrijspoort van mijn appartement
alsof het een telescoop is op zoek naar tederheid

VII

Daarbuiten waart al jaren een onpersoonlijke plaag,
een uitgelezen catalogus aan misvormde gedachten,
gedeeld over spiegels in flat design en bouwpakketten.
Zo glipten ook de Grieken binnen

VIII

In dromen ben ik kosmonaut
In vacuüm vallen de bladeren toch weer anders
Ik verlaat mijn baan en zoek traag de jouwe.

maandag 12 oktober 2020

De Wedergeboorte

(Dit is een vertaling van 'The Second Coming' van William Butler Yeats, oorspronkelijk gepubliceerd 100 jaar geleden in 1920).

Draaiend en draaiend in een gapende draaikolk
Kan de valk de valkenier niet horen;
Alles valt uit elkaar, het centrum houdt geen stand;
Slechts anarchie wordt de wereld ten deel
Het met bloed schemerende getij raakt los, en overal
Wordt de ceremonie van onschuld verdronken;
Bij de besten ontbreekt alle overtuiging, en de slechtsten
Zijn vervuld van een fanatieke intensiteit.

Er moet nu toch een soort onthulling komen,
Nu moet toch zeker de Wedergeboorte komen.
De Wedergeboorte! Nauwelijks is dat woord gezegd
Als een weids beeld uit de Wereldziel
Mijn zicht vertroebelt: ergens in het woestijnzand
Een vorm met een leeuwenlijf en een mensenhoofd,
Starre ogen, leeg en meedogenloos als de zon,
Hij beweegt zijn trage dijen, terwijl rondom
De schaduwen van boze woestijnvogels tollen.
De duisternis valt opnieuw; maar nu weet ik
Dat twintig eeuwen van stenen slaap
Zijn getergd tot nachtmerrie door een kinderkribbe,
En welk bruut beest, zijn uur ten lange leste geslagen,
Sleept zich nu naar Bethlehem om zich te laten baren?