in één week passeert een jaar, de hele dierenriem
draait erdoor, deur in, deur uit
en niets blijkt veranderd. wij zitten niet anders
dan anders, maken ruzie met dezelfde mensen
en hebben nog steeds te weinig geld.
in de stad klinken belinte sirenes
in de winkelrekken is hoop alweer uitverkocht
dus slaan we maar kroketten in
één minuut buigt zich van horizon tot horizon,
een boogseconde vermomd als belangwekkend moment
want ook historische tijden kunnen ontzagwekkend saai zijn.
we inspecteren uitgebreid onszelf, masturberen
ons een goddeloos ongeluk in
de straat is veranderd in een begraafplaats
mijn bloemen zijn stilletjes gestorven in hun pot
Over 'Onklare taal'
'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de poëzieafdeling daarvan. Hier kan je zowel de laatste nieuwe gedichten als ook een selectie van oudere gedichten vinden. Overigens kan je mijn poëziebundels downloaden in PDF-formaat als je Patron wordt: 'Epicentrum' (2012), 'Synaeresis' (2012), 'Subductie' (2013), 'Enceladus' (2015), 'Volterra' (2017), 'De snelheid van de duisternis' (2019), 'Indiscrete wiskunde' (2021) en 'Chicxulub' (2024). Behalve 'Synaeresis', dat één verhalend gedicht is in twee delen, bevatten de anderen telkens een 30-tal geredigeerde en zorgvuldig geselecteerde gedichten, met duiding en een nieuwe indeling. De weg een beetje kwijt? Mijn eigenlijke website, die ook 'Onklare taal' heet, verwelkomt je.
dinsdag 14 april 2020
woensdag 11 maart 2020
Autoniem
de voor- en achterpagina kleven in de regen
en de geest van Jacques Brel likt aan de randen
geen twee woorden zijn werkelijk gelijk
dus vertalingen kunnen niet bestaan -
alle tweelingen zijn louter ingebeeld
dat moet ik lezen in de krant
ik overweeg het tegengif van tederheid,
vrees dat die vaak vergeefs is
ik wil altijd verliefd zijn
ik wil niet heel erg snel doodgaan
maar ook niet zo traag dat het kan
tijdens De Afspraak of Terzake
ik lever liever geen enkele belangrijke bijdrage
aan het publieke debat
want daar zijn anderen beter in
luister ik heb hier ook niet om gevraagd
de duivel zelf is er mee gemoeid
de meest banale godheid die er is
kom je taal spelen als ik thuis kom -
wie weet maken we het lichter
en vind ik een spelling uit in bad,
verkleed in een ouderwetse asbak
ik vouw katernen samen en veeg de kruimels
keurig gespelde verlangens de lucht in
zij, die mensen, zij wonen in gestolde gal
en op hun toilet zitten mummies te verpoppen
zij dromen over woordenboeken vol grijs rijm
en de geest van Jacques Brel likt aan de randen
geen twee woorden zijn werkelijk gelijk
dus vertalingen kunnen niet bestaan -
alle tweelingen zijn louter ingebeeld
dat moet ik lezen in de krant
ik overweeg het tegengif van tederheid,
vrees dat die vaak vergeefs is
ik wil altijd verliefd zijn
ik wil niet heel erg snel doodgaan
maar ook niet zo traag dat het kan
tijdens De Afspraak of Terzake
ik lever liever geen enkele belangrijke bijdrage
aan het publieke debat
want daar zijn anderen beter in
luister ik heb hier ook niet om gevraagd
de duivel zelf is er mee gemoeid
de meest banale godheid die er is
kom je taal spelen als ik thuis kom -
wie weet maken we het lichter
en vind ik een spelling uit in bad,
verkleed in een ouderwetse asbak
ik vouw katernen samen en veeg de kruimels
keurig gespelde verlangens de lucht in
zij, die mensen, zij wonen in gestolde gal
en op hun toilet zitten mummies te verpoppen
zij dromen over woordenboeken vol grijs rijm
maandag 24 februari 2020
Chai
op een bepaalde manier ben ik wellicht medeplichtig geboren
verbeurd verklaard in de wieg door de lange wortels
die reikten tot diep in de rotte klei van dit land
- ik kan er soms om lachen als een schobbejak, de zot
in een spel kaarten zonder azen. dus ik dien mezelf
een kaartje pillen toe, een kwart zwarte thee met suiker
dwars door de holle buis tussen schedel en schaamstreek.
ik zie chemisch geel tussen de donkere winterwolken
sterren ken ik slechts elektronisch, ik marcheer
door de boulevards van liefde links, links, links
en dan weer eens rechts. zal ik een bericht sturen,
een voorzichtig kattebelletje, een erg klein roosje
van Japans design? of rol ik verder op rupsbanden, hevig
zwetend in mijn vierkante tank, vizier vooruit?
te laat voor het dorpsfeest der vette jaren, te vroeg
voor de tot astronautenvoeding gepoederde eeuwigheid.
het is toch altijd wat.
leefde baron von Münchhausen nu, hij trok zich het moeras uit
naar boven om zich op te hangen aan de hoogste tak
en men zou spreken over een voltooid leven. maar nu
moeten we het allemaal zelf zien te klaren, helden dat we zijn
soms ben ik zo klein dat ik in een vingerhoed zou passen,
soms zo groot dat ik een circustent zou dragen. soms wassen
in onschuld en vergeving. soms vergeven worden door het exces.
vaak wil ik knippen wat me bindt, klimmen over de kim,
altijd heerst de vrees dat de volgende vrijheid
slechts een nog hogere omheining kent.
verbeurd verklaard in de wieg door de lange wortels
die reikten tot diep in de rotte klei van dit land
- ik kan er soms om lachen als een schobbejak, de zot
in een spel kaarten zonder azen. dus ik dien mezelf
een kaartje pillen toe, een kwart zwarte thee met suiker
dwars door de holle buis tussen schedel en schaamstreek.
ik zie chemisch geel tussen de donkere winterwolken
sterren ken ik slechts elektronisch, ik marcheer
door de boulevards van liefde links, links, links
en dan weer eens rechts. zal ik een bericht sturen,
een voorzichtig kattebelletje, een erg klein roosje
van Japans design? of rol ik verder op rupsbanden, hevig
zwetend in mijn vierkante tank, vizier vooruit?
te laat voor het dorpsfeest der vette jaren, te vroeg
voor de tot astronautenvoeding gepoederde eeuwigheid.
het is toch altijd wat.
leefde baron von Münchhausen nu, hij trok zich het moeras uit
naar boven om zich op te hangen aan de hoogste tak
en men zou spreken over een voltooid leven. maar nu
moeten we het allemaal zelf zien te klaren, helden dat we zijn
soms ben ik zo klein dat ik in een vingerhoed zou passen,
soms zo groot dat ik een circustent zou dragen. soms wassen
in onschuld en vergeving. soms vergeven worden door het exces.
vaak wil ik knippen wat me bindt, klimmen over de kim,
altijd heerst de vrees dat de volgende vrijheid
slechts een nog hogere omheining kent.
zaterdag 8 februari 2020
IJzeren boom
zijn wortels zitten door zijn rotsen
zij drinken donker water
dat uitbreekt in witte nerven
als het weer eens winter is
als iemand gestoken wordt
is het altijd louter toeval
het hout is broos en bleek,
niet gemaakt voor pijl noch bijl
en toch woekeren zijn vruchten
waar het helemaal niet zou mogen
morgen knapt er weer een tak
onthult zich weer een onschuldig blad
zij drinken donker water
dat uitbreekt in witte nerven
als het weer eens winter is
als iemand gestoken wordt
is het altijd louter toeval
het hout is broos en bleek,
niet gemaakt voor pijl noch bijl
en toch woekeren zijn vruchten
waar het helemaal niet zou mogen
morgen knapt er weer een tak
onthult zich weer een onschuldig blad
zondag 19 januari 2020
3334
wat als we meer wilden dan louter leven
meer dan baantjes trekken heen
en weer in de Watersportbaan
ik wandel met gebalde vuisten lege
handen met ongelezen lijnen
die enkel de overheid interesseren
wat als je nu eens je verdomde mond hield
en nadacht over hoe alles verkeerd
is, deerniswekkend beige en banaal
en weer in de Watersportbaan
ik wandel met gebalde vuisten lege
handen met ongelezen lijnen
die enkel de overheid interesseren
wat als je nu eens je verdomde mond hield
en nadacht over hoe alles verkeerd
is, deerniswekkend beige en banaal
ik zie het voor
wat het is, de toonzaal
de gesloten balzaal, de camera’s
die alles zien
maar nooit echt kijken
wat als we
deelden in plaats van golfden
ik spreek wel
degelijk alle talen
wat als niet
voor ons bestwil was
ik ram m’n stekker
in je godverdomde hoofd
vrijdag 6 december 2019
Non serviam
Wanneer we dreigen te kapseizen,
te verdrinken in tegenlicht,
dan helpen alleen donkere grotten
stelsels vol absurd trage trommels
Hier berg ik de vlam,
hier lig ik in donkere rotswol
Wanneer kapitein en kapers eender lijken
strijken we onze vlaggen,
zeilen we gelijk blind teneinde
beter het kale reizen te horen
Hier serveer ik de geest,
hier bouw ik mijn stenen tempel
te verdrinken in tegenlicht,
dan helpen alleen donkere grotten
stelsels vol absurd trage trommels
Hier berg ik de vlam,
hier lig ik in donkere rotswol
Wanneer kapitein en kapers eender lijken
strijken we onze vlaggen,
zeilen we gelijk blind teneinde
beter het kale reizen te horen
Hier serveer ik de geest,
hier bouw ik mijn stenen tempel
woensdag 13 november 2019
Ent/Split
Creëer ik genoeg, repareren we goed
genoeg onze deuren en gewrichten
Hoe kan ik zorgen voor de zieken
als de zetel al vol zit met soldaten
Er speelt een duizendpoot
marimba in onze buizen van Eustachius
Luister ik voldoende
naar je polsslag of is je vlag
mijn blinddoek. En waar alweer
is onze verwondering heen gegaan
Ik volg de nerven van je hout,
onze rokerige taal
Automatisch komen we te kort, te
snel, te weerloos in de wereld
genoeg onze deuren en gewrichten
Hoe kan ik zorgen voor de zieken
als de zetel al vol zit met soldaten
Er speelt een duizendpoot
marimba in onze buizen van Eustachius
Luister ik voldoende
naar je polsslag of is je vlag
mijn blinddoek. En waar alweer
is onze verwondering heen gegaan
Ik volg de nerven van je hout,
onze rokerige taal
Automatisch komen we te kort, te
snel, te weerloos in de wereld
Abonneren op:
Posts (Atom)