Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de poëzieafdeling daarvan. Hier kan je zowel de laatste nieuwe gedichten als ook een selectie van oudere gedichten vinden. De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van 'Onklare taal'.

Overigens kan je hier gratis mijn poëziebundels downloaden in PDF-formaat: 'Epicentrum' (2012), 'Synaeresis' (2012), 'Subductie' (2013), 'Enceladus' (2015) en 'Volterra' (2017). Behalve 'Synaeresis', dat één verhalend gedicht is in twee delen, bevatten de anderen telkens een 30-tal geredigeerde en zorgvuldig geselecteerde gedichten, met duiding en een nieuwe indeling.

zondag 24 februari 2013

On the rocks

wij kwamen aangewaaid door draaideuren
op zoek naar witte raven
wij vonden het volk aan de toog, gezond en geel.

men sprak er middenberm-Nederlands,
bestand tegen de ergste schokken van de vangrails
waar lichamen vol drank alles over wisten

wij kwamen af op de geweerschoten van vreemden,
een vergadering van dorpsidioten
wij schreven onze onzin neer op wakke bierviltjes

ik zocht naar een gevallen kralenketting,
ik zocht naar de uitgang, een ingang
naar nacht die nog langer zou duren dan voorspeld.

aan de gebogen muren hingen grove advertenties:
"de waarheden van gisteren zijn verwaterd
maar morgen feest men in het vreselijke vleeshuis"

wij speelden op spooktrompetten
wij betaalden de prijs voor een enkele reis

woensdag 13 februari 2013

Clockwork

men telt al jaren lang af naar het einde
maar ook voorbij de nul tikt de teller verder -
we zijn dus over tijd.

het gebeente van gezond verstand is onbewoonbaar verklaard,
ten prooi gevallen de bouwfraude
van tv-presentatoren van laag allooi.

we wensen ons een eiland van 0,9 promille,
een godgelijk lijf zonder productiefouten
maar onze dromen, zij blijven vast in steigers staan

zaterdag 9 februari 2013

Zeitgeist

Ik ben tegen de tijdsgeest in
onzindelijk en daar ben ik vrijgevig in.
Ik doe niet aan ironie. Ik verklaar
mezelf tot oplichter en messentrekker,
richt geen versregels aan wat verkleft -
want liefde is geen ding van design.

De liefde is een brandbrief, is
twee vuurstenen. Zij is ontzettend,
vol van geweld en genade.

Het wollig staan wezen met Kammermusik
laat ik over aan krullendraaiers in sweaters van polyester.
Ik, ik moet brullen in de branding tot ik rood word
en pathetisch.

(intussen: goedkeurend geneuzel
van redacteurs op natte sokken -
de zoveelste lulbundel van een nulliteit komt uit -
who gives a flying fuck
De toekomst komt niet toe aan wie drijft in eigendunk)

Poëzie is clustermunitie,
is ook absoluut democratie en vrije liefde
maar niet vrijblijvend.
Want wie geen passie kent, komt er niet in
Wie meent het hoogste goed is schadeloos te zijn,
zal ik beschadigen, en wie komt met lege dozen,
zal ik beledigen.

Ik blijf geven.
Het zit geëtst in m'n gebeente
en m'n schedel blijft de regels steken.
Nur die Stimme aus Moskau hämmert unermüdlich, monoton
Alle sieben Sekunden stirbt ein dummer Dichter.