Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de poëzieafdeling daarvan. Hier kan je zowel de laatste nieuwe gedichten als ook een selectie van oudere gedichten vinden. De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van 'Onklare taal'.

Overigens kan je hier gratis mijn poëziebundels downloaden in PDF-formaat: 'Epicentrum' (2012), 'Synaeresis' (2012), 'Subductie' (2013), 'Enceladus' (2015) en 'Volterra' (2017). Behalve 'Synaeresis', dat één verhalend gedicht is in twee delen, bevatten de anderen telkens een 30-tal geredigeerde en zorgvuldig geselecteerde gedichten, met duiding en een nieuwe indeling.

woensdag 30 augustus 2017

Stroomdood

Een spookschemer daalt neer als vallend blad
en het is stil tussen de ribben,
achter de wervels brandt de kachel laag,
die kooi van elke gedachte van 's ochtends tot 's avonds laat.

Ben ik nu doof of is de wereld dood,
een kerkhof vol met blinde muren
waar zelfs de ter aarde bestelden zich geen raad weten,
vergeten zijn wat de waarde is van rust.

Later zal men vast wel een mening vormen, binnen
50 jaar ben ik ergens binnen als dement antiek
en weet mijn gebit niet meer tot welke goden ik ooit bad,
of dat ik enkel maar stroom en inkt had

zaterdag 19 augustus 2017

Echolocatie

We liggen elk verpakt in onze dromen
en rijden roerloos door het donker
Jij tegen mij, mijn wit tegen je goud
en jouw rug in de kom van mijn lichaam

Dit is schoonheid in monochroom:
twee reizigers in het onzekere
Zeven jaar waren we niet echt zoekend
maar we waren wel zoek. Nu, zoet.

Langzaam koelen we af, onze gezichten
verdonkeremaand door regenwolken.
En traag zijn onze polsslagen
gedaald naar dezelfde frequentie.

Ergens graveert men dit moment
in bronzen platen, voor in de kamers
waar we samen hebben gewandeld.
Alle metronomen staan nu stil.

maandag 7 augustus 2017

J.B. et al

Ergens slaat een motor af
in de verte roept een kleine
en sinister zoemt er een machine

Het waaklicht gaat aan en ik,
ik heb goed gegeten. Ik lig
in de zetel te boek, breed
en warm van de gedachten

Muziek is maar op afstand
het is de haard binnenin
het gestage knetteren
van liederlijke letters,
steeds maar draaiend
in hun mooiste curves

woensdag 19 juli 2017

Seringen

de traagste tijd die bestaat, die kent geen grenzen
die kent geen namen, en ook geen ambitie.
de traagste tijd is mijn God, mijn Olympus
verscholen in de laatste embers en in de eerste zon.

hier is de gedachte maar de theorie van zichzelf
en is de stem geen ventiel maar een instrument.
hier bloeien de bloesems van ritme en van schaduw
om zich te onttrekken aan een meedogenloos lawaai.

de traagste tijd is een kosmische kat die eeuwig spint.
de laatste seconde die ons dichter trekt is
een ijsblokje dat net wegsmelt in een glas cola,
een seconde die voorbij-ijlt op het tempo van een jaar

dinsdag 4 juli 2017

Maar Alkmaar

je zegt dan zoiets onbestemds en bots
nog achterin de mond. een verwensing.
de spraakkunst wordt er niet mooier van.
ja maar ik ben toch niet gek
terwijl de waanzin je in de ogen staat
en het water tot aan je vlezige lippen.
de haarfracturen worden talrijker
en breiden zich uit in de huizen,
over de trottoirs en het gele email
van onze slecht gepoetste spreekbuizen.

pauze.

je zegt weer kijk, kijk, ik leg het uit
op een bierviltje dat de nacht niet haalt.
op een mica tafeltje,
gedoemd tot een vies soort vergetelheid
en dan dat speeksel ook nog er nog bij.
de aarde op haar platst is een veelheid
aan benevelde banaliteit.
ik zwijg en jij zwijgt nu eindelijk ook,
drinkt dan, slikt. en ik denk aan
jouw doodskist en wat daar nog jaren
in nagist.

zondag 25 juni 2017

Flint / Vex

de lucht ligt in lagen
als een revelatie
er wordt niets beloofd
dat niet complex is

de vlam staat niet stil
maar is onzichtbaar
als stralenkrans om de handen,
lekkend uit de longen

het proeft hier naar potgrond
en stof van dagen
dat over tafels waait
en tekens zet in steen

de zee is een woestijn,
een blauwe meditatie
men dregt de toekomst
en drenkt er gedachten

zaterdag 3 juni 2017

Rauw

Rot staan de tanden en onder de nagels
kruipt al het vuil dat zich verzamelde
in ondiscrete eenheden. De nacht jeukt
aan m'n tong en blijft plakken
ergens in de zwarte longzakken.
Het bewustzijn drijft rond
in de verte, in de vaart. De taal
draait cirkels, draalt om het veel
te luide kloppen van het bloed.
Lang heb ik gewacht onder lantaarns
en de rode lichten van de slaapstand.
Nu verzamelen zich insecten aan vensters
en brengen zij bezoek aan eenzamen
die de tekens kennen van de toekomst:
een bot dat breekt onder een laars,
de harige adem van dieren met bleke ogen
die leven onder de grond. Marmer
is gemaakt om ooit te barsten,
en de borst om zich te vullen met teer,
om een leegte goed te maken die
nooit helemaal kan genezen. Niet
in een helende slaap, niet in het vuil
van dat sluipt tussen de scheuren
in het macadam. Morgen wordt m'n
schedel leeg geschept en stellen ze
m'n onderkaak tentoon in de bazaar.
Als je wrijft over het ivoor, mag
je een wens maken die nooit uitkomt.