Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de poëzieafdeling daarvan. Hier kan je zowel de laatste nieuwe gedichten als ook een selectie van oudere gedichten vinden. De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van 'Onklare taal'.

woensdag 19 juli 2017

Seringen

de traagste tijd die bestaat, die kent geen grenzen
die kent geen namen, en ook geen ambitie.
de traagste tijd is mijn God, mijn Olympus
verscholen in de laatste embers en in de eerste zon.

hier is de gedachte maar de theorie van zichzelf
en is de stem geen ventiel maar een instrument.
hier bloeien de bloesems van ritme en van schaduw
om zich te onttrekken aan een meedogenloos lawaai.

de traagste tijd is een kosmische kat die eeuwig spint.
de laatste seconde die ons dichter trekt is
een ijsblokje dat net wegsmelt in een glas cola,
een seconde die voorbij-ijlt op het tempo van een jaar

dinsdag 4 juli 2017

Maar Alkmaar

je zegt dan zoiets onbestemds en bots
nog achterin de mond. een verwensing.
de spraakkunst wordt er niet mooier van.
ja maar ik ben toch niet gek
terwijl de waanzin je in de ogen staat
en het water tot aan je vlezige lippen.
de haarfracturen worden talrijker
en breiden zich uit in de huizen,
over de trottoirs en het gele email
van onze slecht gepoetste spreekbuizen.

pauze.

je zegt weer kijk, kijk, ik leg het uit
op een bierviltje dat de nacht niet haalt.
op een mica tafeltje,
gedoemd tot een vies soort vergetelheid
en dan dat speeksel ook nog er nog bij.
de aarde op haar platst is een veelheid
aan benevelde banaliteit.
ik zwijg en jij zwijgt nu eindelijk ook,
drinkt dan, slikt. en ik denk aan
jouw doodskist en wat daar nog jaren
in nagist.

zondag 25 juni 2017

Flint / Vex

de lucht ligt in lagen
als een revelatie
er wordt niets beloofd
dat niet complex is

de vlam staat niet stil
maar is onzichtbaar
als stralenkrans om de handen,
lekkend uit de longen

het proeft hier naar potgrond
en stof van dagen
dat over tafels waait
en tekens zet in steen

de zee is een woestijn,
een blauwe meditatie
men dregt de toekomst
en drenkt er gedachten

zaterdag 3 juni 2017

Rauw

Rot staan de tanden en onder de nagels
kruipt al het vuil dat zich verzamelde
in ondiscrete eenheden. De nacht jeukt
aan m'n tong en blijft plakken
ergens in de zwarte longzakken.
Het bewustzijn drijft rond
in de verte, in de vaart. De taal
draait cirkels, draalt om het veel
te luide kloppen van het bloed.
Lang heb ik gewacht onder lantaarns
en de rode lichten van de slaapstand.
Nu verzamelen zich insecten aan vensters
en brengen zij bezoek aan eenzamen
die de tekens kennen van de toekomst:
een bot dat breekt onder een laars,
de harige adem van dieren met bleke ogen
die leven onder de grond. Marmer
is gemaakt om ooit te barsten,
en de borst om zich te vullen met teer,
om een leegte goed te maken die
nooit helemaal kan genezen. Niet
in een helende slaap, niet in het vuil
van dat sluipt tussen de scheuren
in het macadam. Morgen wordt m'n
schedel leeg geschept en stellen ze
m'n onderkaak tentoon in de bazaar.
Als je wrijft over het ivoor, mag
je een wens maken die nooit uitkomt.

woensdag 17 mei 2017

Isnis

I

de nieuwe taal is me niet bekend,
men heeft zich schriftelijk niet aan mij gericht
dus sta ik in een tuin vol kaas, met de voeten in de aarde
waar ik ooit een dode kerstboom probeerde terug tot leven te pissen.

ik zou het kunnen hebben over een onbestaande generatie tussen X
en Y, de stoelen waar ik tussen hang als kauwgom, verstold als snot
in de bladzijden van Pernath tot Kouwenaar, in de kreukelzones
van de auto van Snoek en het autisme van Verhelst.
maar genoeg met de namedropping.

jarenlang streed ik met vaste hand tegen het enjambement
nu moet ik vragen of je m'n boek terug komt brengen
terwijl ik m'n broek terug aantrek in de slaapzaal waar ik niet vaak ben

II

de nieuwe taal zit me niet gepast
te strak om de buik, te los om de armen.
het is vast de schuld van de socialisten

in de spiegel zien we altijd spijtoptanten
van ingecasht geld dat ons niet toekwam.

III

ik kom uit het bronzen tijdperk
in staal kan ik enkel staren alsof het een bevroren vlam is
en mijn tanden zijn te klein voor mijn hoofd
dat ik niet wil zien spreken
of me zien achtervolgen op sociale media

uit een papierversnipperaar is alles de meest ranzige confetti,
een feest van fecale steraanbiedingen
            probeer nu onze palliatieve zorg
            krijg diarree voor het hele gezin
            onderhou uw tuin door er uzelf in te begraven
in bunkers zitten vieze oude mannen
toch onze ondergang al in detail te plannen.

IV

de nieuwe taal is een drama

ik grijp naar takken uit het moeras van monden
en meningen die schreeuwen als demonisch fruit.
en dan lig ik in het riet verscholen
het jachtseizoen is hier altijd open.

ik denk aan het verschaalde verleden
dat lijkt nu zo veel leuker
omdat ik nog niet wist dat ik
het niet zou halen

V

de nieuwe taal koppelt Klemperer aan Klein
laat technocraten en fascisten over
aan hun paleisrevolutie
zoals men zegt, de aandeelhouder wint

het Planbureau deelt ons in volgens frenologische methodes
en alleen al voor al die woorden
verdienen we een klap vooor de kop
tot we enkel nog blijmoedig lachen als in een belegen mop.

VI

de nieuwe taal past in 140 karakters en een dickpic
bespaar me je verhalen maar
bespaar me je rechtvaardiging, je weet hoe het hier is

VII

ik denk terug aan de vingers van autostradelichten
en hoe die in haar haar iets leken te betekenen.

maar niemand die zorg leek te dragen voor m'n dromen

ik joeg m'n spoken voor me uit in regen en mist
en over onbegrensde linten van wit

is dit nu later
als je dood bent
een stalen pil voor de geest
een nieuwe taal voor machines en algoritmes

zondag 30 april 2017

BXL revisited

Dit eiland is een mooie wonde,
een verhaal waar personages elkaar niet verstaan
en mooie mensen toonloos in bedden liggen
lusteloos kijkend op hun telefoon

Ik laaf me aan de chaos, het contrast,
de schapenslager naast de christendemocraat,
de tunnels waar vliegen blijven kleven
aan de rupsbanden van broodheren

Dit eiland is hopeloos, grijs in duizend tinten
met gesluierde banken en zieke kanalen.

Maar vriendschap is er gratis
verloren kinderen vinden er hun basiliek
in lange glazen. En ik steel er de hartslag,
de frequentie van één miljoen talen.

Enkel als ware vreemdeling,
met herinnering als verkaveling in
een koffer vol verlangen
kom ik weer nader als echte vriend.

Ik spreek geen Frans of Farsi
geen dit of dat. Maar m'n ruwheid is oprecht.
En m'n streling slechts gefluister
in een dialect dat niemand kent

maandag 10 april 2017

Aspiratie

Ik brand
het allerheetst aan
de inkepingen van het verleden
En in alle talen ben ik ziek

Achter plexiglas staan
de taferelen van toen
de fouten van onvergeven zondagen
kraakhelder als maanlicht

Ik brand
weg in deze ruimte,
tot ik zelfs geen vlek
meer kan zijn op de vloer

Tot het blazen van de adem
me weer samenstelt
tot één stuk metaal
glanzend als zilver,
zachter dan zeezand.