Over 'Onklare taal'

'Onklare taal' is de verzamelnaam van diverse tekstprojecten van mijn hand. Dit is de poëzieafdeling daarvan. Hier kan je zowel de laatste nieuwe gedichten als ook een selectie van oudere gedichten vinden. De weg een beetje kwijt? Deze link brengt je terug naar de homepage van 'Onklare taal'.

Overigens kan je hier gratis mijn poëziebundels downloaden in PDF-formaat: 'Epicentrum' (2012), 'Synaeresis' (2012), 'Subductie' (2013), 'Enceladus' (2015) en 'Volterra' (2017). Behalve 'Synaeresis', dat één verhalend gedicht is in twee delen, bevatten de anderen telkens een 30-tal geredigeerde en zorgvuldig geselecteerde gedichten, met duiding en een nieuwe indeling.

zondag 28 december 2008

4:30

hoe ijler ik word, hoe meer ik
uitwaaier naar de hoeken en kanten
en ik een fragment word of een letter
en een leugen.

dat ik dan in het donker tussen
bezwete gezichten slechts de lichten zie
van verglaasde ogen -
wie zal het een ontsnapte letter
kwalijk nemen.

donderdag 13 november 2008

Droomschip

nadat de nasmaak weg is uit mijn mond
kan ik terug opnieuw beginnen
nadat ik leeggelopen ben, kan ik terug
aanvaarden wat geluk is.
nadat mijn vingers uitgerukt zijn,
kan ik weer verlangen naar gestreeld worden.
nadat mijn organen uitgedroogd zijn,
kan ik eeuwig leven in deze oude behuizing.

maandag 3 november 2008

Ode aan De Minderheid

Splinter 01 - Erde

de leeuw neemt vochtige aarde in de mond
en doet verder zijn rondgang door de tombe.

hij is hier steeds geweest,
in sombere jaargetijden van winter en depressie,
waar hij zaden zaaide in donkere akkers,
die volgend seizoen blauwe bloemen of aangehaakte,
veelkleurige mensen en wolken zouden voortbrengen -

alles uit zijn grond,
alles uit zijn gemoed

zijn huis is een kerk voor het lichaam en een boerderij voor de ziel
een aarden punt en een rots waar leven heerst in evenwicht
voorzichtig nu, is hij de koning over zijn rijk

Splinter 02 - Wasser

de kraai is de profeet der ongewensten,
want wat zijn stem krast in deze tijden is niet welkom.
in delirium speelt hij met demonen,
en ontdoet hij oude wonden van alle steken en draden.

op straat is hij het tegenliggend verkeer,
op zee is hij de piraat,
in zijn stormachtige schip schuilen tienduizend dichters,
en allen spreken ze met andere stemmen,
doordrenkt en gemarineerd in vloeibare tongen
maar toch
zovele woorden
en slechts één bek

Splinter 03 - Luft

de uil is geen dier voor dagen die hij niet begrijpt
en waar hij zich in halfslaap doorheen worstelt, lusteloos
zittend
op zijn tak, op zijn stoel en turend naar een wit blad papier,
onbeschreven en helder als kraakverse sneeuw.

's nachts lonkt de vrijheid, en daar waar hij daags toondoof is,
gaat de ene luchtlijn van kristalheldere noten het ene oor in,
en dringt een andere zwaartelijn al door het andere oor
door tot in het wolkenpaleis achter zijn gesloten ogen.

in zijn huis vol veren zit geen prooi of geen prinses
schalks verscholen achter een vedertooi,
maar ontvouwen zich mathematische mysteriën in begrijpbare taal,
die hij zorgvuldig schrijft met uilenpoten
en voetnoten.

Splinter 04 - Feuer

soms is de honger groter dan de maag
soms zijn de dromen groter dan de man,
want de draak staart te diep in de vertes, de hoogtes
en de laagtes, krult zijn staart en zijn vleugels
om een taalschat die hij niet helemaal kan bevatten.

maar toch zit het in zijn vingers en tong,
de drang om te brullen en te roepen of te fluisteren als het moet,
om delirisch te drinken en dan vals te zingen.

in zijn grot bevinden zich vele wonderen van licht en duister
en arrogantie in de schaduw van laag kruipende angsten.

hij wil spreken opdat anderen zouden spreken,
hij wil schrijven opdat anderen zouden lezen.

zondag 10 augustus 2008

Orgel

de lijnen in de huid van mijn hand zijn
niet als de ravijnen in die van jou,
nog niet volgelopen met aarde of bevlekt
met oude wijn.

je weet wel dat dit het einde is van de gang
en dat je alle waardigheid verliest,
dat het daglicht de sluier scheurt van wat trots
en mooi leek.

maar kijk, ik zal er zijn onder de ingegrijsde massa
in de uitgeholde kerk
en ik zal er zijn, turend naar de kist
die in de afgrond verdwijnt

men zal het einde contempleren
men zal beseffen dat alles anders geworden is,
niet dat er niets veranderd is.

maandag 14 juli 2008

R

in deze goed verborgen burcht schuilt nog een schat
aan zachtheid, en tederheid, alles wat een man zich wensen kan
tussen de bloedgeboren doornen

"laat je haar naar beneden, zodat ik naar boven kan klimmen
laat ons samen de heks vermoorden, en maak me niet blind"

men kan hopen om een stem te vinden aan de andere kant,
woorden die in fuga samengebonden een lied worden
waaruit waarachtig waarheid en schoonheid spreekt

"laat je wapens vallen prins
er is nog veel wat ogen doet sluiten of juist
doet opengaan om via die kleine patrijspoort
een glimp op te vangen van wat ons
werkelijk weer tot mens gemaakt heeft:
adem aan adem,
neus bij neus,
mond tot mond."

hier is weelde oneindig.

maandag 19 mei 2008

Kampvuur

wij drinken ijsgekoeld vuur,
opdat onze schedels zich zouden kunnen legen
en dan weer volvullen met rijkdom.
iedereen ziet in de dansende vlam iemand anders,
of geëxalteerde vormen van gedachten
die bedelen om opgezogen te worden in dromen

de kristallen schijnen traag uit onze schedels
uit een mond ontsnapt een vlam
en we weten dat het niet het vuur is dat na al die uren overblijft,
maar de warme asse van afgekoelde verlangens.

maandag 14 april 2008

De architect

de bouwvakkers die aan dit huis werkten,
begrepen niets van bakstenen of dakgebintes,
maar hadden des te meer door dat het liefde was,
waar ze de fundamenten moesten leggen.

zo werd ik opgebouwd, met werkwoorden in de kolenkamer en de keuken,
en naamwoorden in de woonkamer,
inademend op het grasveld en terug uitademend in de badkamer,
en tenslotte komma's en punten tot in de ligamenten van het dak en de deurposten

wie meewerkte aan dit huis, begreep er niets van,
wie het gezellige haardvuur aanstak, had geen besef van tijd of uur,
maar het is in dit huis dat ik woon.
Het is hier dat uit elke steen mijn liefde spreekt.

zondag 30 maart 2008

Aartsengel

hij wacht aan tafel in schemerdronken schaduwen
om haar te verlossen uit mondwetendheid
zijn vleugels zijn afgedragen perkament, met de taal
en het gekribbel van velen op de pekzwarte veren
allen die hem aanzochten in wanhoop
en zijn ringen kwamen kussen in kathedralen

hij wacht aan tafel en rookt.
hij schemert bij het krullende dimlicht van voetstappen
en stemmen die zwemmen in de splinterplinten

zij schrijdt onvast op hem toe,
en schrijft haar verdriet krassend als een kraai
op de huid van zijn lelieblanke armen.

hij wacht op haar aan tafel.